|
Hoe je de markt kunt verslaan? Overeenkomsten tussen goed-presterende aandelen
Er zijn verschillende factoren die het rendement van een aandeel verklaren. Het blijkt namelijk dat goed-presterende aandelen belangrijke overeenkomsten hebben.
In mijn vorige twee columns over aandelenselectie heb ik geschreven over momentum beleggen en “mean reversion”. Het blijkt dat de winnaars uit het verleden het op korte termijn goed blijven doen. Na ongeveer 3 jaar doen de winnaars het echter slechter dan de markt en zijn het vooral de in het verleden slecht presterende aandelen die mooie koerswinsten laten zien.
In dit artikel zal ik ingaan op andere factoren die het rendement van een aandeel verklaren. Het blijkt namelijk dat goed presterende aandelen belangrijke overeenkomsten hebben. In 1996 publiceerden Haugen en Baker in The Journal of Financial Economics een baanbrekend onderzoek. Zij deden onderzoek naar de aandelenmarkten van Japan, Frankrijk, Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten. Hun onderzoek had betrekking op de periode 1979 tot 1994. Hun conclusie was dat je als belegger outperformance kunt behalen door het kopen van aandelen met de volgende kenmerken:
- aandelen met een laag risico,
- aandelen met een lage koers/winstverhouding,
- aandelen met goede winstverwachtingen,
- illiquide aandelen,
- momentum/”mean reversion” (zie vorige twee columns).
Laag risico Het risico van een aandeel wordt meestal weergegeven met behulp van de bčta. Een bčta van 1 houdt in dat als de markt met 1% stijgt, de koers van het aandeel ook met 1 procent stijgt en vice versa. Een bčta van -1 houdt in dat als de markt met 1% stijgt, de koers van het aandeel met 1 procent daalt en vice versa.
De meeste studieboeken (en ook de meeste beleggers!) gaan er vanuit dat aandelen met een hoger risico ook een hoger rendement opleveren. Haugen en Baker (maar ook anderen) tonen aan dat het tegendeel waar is. Hoe hoger het risico van een aandeel, hoe lager het behaalde rendement. Een belegger kan dus het beste aandelen kopen die een lage bčta hebben. Dat hun bevindingen nog steeds kloppen, blijkt wel uit de koersontwikkelingen van veel bouw- en nutsbedrijven. De aandelen uit deze sectoren hebben vaak een lage bčta. Zo is het aandeel Bam sinds begin 2004 met 240% gestegen en steeg Heijmans met ruim 100%. Ter vergelijking, de AEX steeg in deze periode met nog geen 20%. Lage waardering Aandelen met een lage koers/winstverhouding deden het over de periode 1979 tot 1994 aanzienlijk beter dan aandelen met een hoge waardering. Waarschijnlijk komt dit doordat veel beleggers te positief zijn over de vooruitzichten van bedrijven met een hoge koers/winstverhouding. Zij denken dat de winst ook in de toekomst harder dan die van de concurrentie blijft groeien en zijn bereid hier een hoge prijs voor te betalen. In de praktijk blijkt echter maar al te vaak dat deze ondernemingen de harde groei niet vol kunnen houden. De slechtere bedrijven waar men niks van verwacht laten opeens weer mooie cijfers zien. De aandelen van deze bedrijven waren echter wel een stuk goedkoper.Goede vooruitzichten
Niet echt verassend is de uitkomst dat vooral aandelen het goed doen van ondernemingen met goede winstvooruitzichten. Wel van belang hierbij is dat de waardering niet te hoog moet zijn. Daarnaast blijken vooral de geleidelijke groeiers het goed te doen. Ook dit is wel logisch. Beleggers hebben liever een aandeel dat jaarlijks 10% winstgroei laat zien dan een aandeel dat het ene jaar 30% meer winst laat zien en het jaar daarop weer een winstdaling.
Illiquide aandelen Enigszins verrassend is de uitkomst dat vooral illiquide aandelen presteren. Nu is illiquiditeit een rekbaar begrip. DSM is in vergelijking met General Electric een illiquide aandeel, maar u kunt zonder problemen een paar duizend stuk DSM kopen zonder hierbij de koers substantieel te beďnvloeden. De meeste beleggers gaan er vanuit dat bij illiquide aandelen de transactiekosten hoger zijn en dat dit het rendement nadelig beďnvloedt. Toch blijkt het rendement van illiquide aandelen hoger te zijn dan dat van liquide aandelen. Accell Misschien denkt u tijdens het lezen van dit stukje al aan voorbeelden van aandelen die aan deze criteria voldoen. Mijns inziens is Accell een goed voorbeeld. Accell produceert en verkoopt fietsen uit het duurdere segment. Bekende merken zijn onder andere: Sparta, Batavus en Koga-Miyata. Accell heeft een redelijk lage bčta van ongeveer 0,5 en heeft dus een lager risico dan de markt. Ondanks het feit dat Accell de laatste 2 jaar al behoorlijk in koers is gestegen (van € 8 naar ruim € 21) is de waardering nog steeds niet hoog te noemen. De koers/winstverhouding bedraagt ongeveer 12. De meeste analisten gaan er vanuit dat de winst de komende jaren met ongeveer 12% per jaar zal groeien. Bij een gelijkblijvende koers/winstverhouding betekent dit dat het aandeel eind 2007 ongeveer € 26 zou kunnen staan. Daarnaast keert Accell ook nog eens een aardig dividend uit van ongeveer € 0.90 (ruim 4%).
De afgelopen 4 jaar is de winst per aandeel meer dan verdubbeld. Oftewel Accell is een aandeel met goede stabiele winstvooruitzichten dat zich ook in het verleden al bewezen heeft. Duidelijk is ook dat de laatste twee jaar het aandeel aan een inhaalrace is begonnen (“mean reversion”). Het aandeel deed het daarvoor minder dan de AEX en het lijkt erop dat dat nu ingelopen gaat worden. Tot slot is er in vergelijking met veel AEX-fondsen weinig handel in aandelen Accell. Mocht u dus besluiten wat aandelen Accell te kopen, dan is het raadzaam uw order goed te limiteren.
drs RH.J. de Jong RBA is vermogensbeheerder bij Van Lieshout & Partners N.V. Richard de Jong heeft geen positie in Accell. Van Lieshout & Partners N.V. houdt voor haar cliënten posities in Accell aan.
Terug naar overzicht
|