Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Beleggen: een kwestie van kansberekenen
Bent u wel een rationele en consequente belegger?

Als belegger zijn de keuzemogelijkheden bijna oneindig. Hoeveel procent van mijn vermogen ga ik beleggen in aandelen, obligaties, vastgoed, derivaten, hedgefunds en/of commodities. Vervolgens moet u binnen elke categorie weer bepalen in welke bedrijven, fondsen, grondstoffen etc. u wilt beleggen. In wezen maakt u elke keer, al dan niet bewust, weer de afweging welke belegging de hoogste kans op succes heeft. Hoe hoger deze kans, hoe lager het risico.

De kans dat het gerealiseerde rendement gelijk is aan het verwachte rendement is bij obligaties hoger dan bij aandelen. De aandelenkoersen fluctueren meer dan die van obligaties en dus zijn de toekomstige rendementen onzekerder. Een aandelenbelegger neemt die onzekerheid voor lief, omdat hij verwacht dat hij hier op de lange termijn voor beloond wordt. De belegger is dus eigenlijk aan het kans berekenen.

Voorbeeld
Stel dat u met een 100 % zekerheid de komende jaren gemiddeld 3 % per jaar kunt verdienen door in staatsobligaties te beleggen. Op de lange termijn leveren aandelen, inclusief dividend, ongeveer 7 % per jaar op. Als een rationele belegger denkt dat de kans op een jaarrendement van 7 % bij aandelen 60 % is, dan zal hij uitsluitend in aandelen beleggen. Immers, de kans maal het rendement is bij aandelen groter (0,6 x 7) dan bij obligaties (1 x 3). Als een belegger de kans op een aandelenrendement van 7 % per jaar hoger inschat dan 43 %, dan zal hij in dat geval dus in aandelen beleggen.

In bovenstaand voorbeeld ga ik er echter vanuit dat beleggers rationeel zijn. De praktijk blijkt, zoals zo vaak, toch af te wijken van de theorie.

Test 1
Stel u heeft € 10.000 te beleggen en kunt kiezen uit de volgende 2 mogelijkheden:
A) 100 % kans op een winst van € 1.000
B) 50 % kans op een winst van € 2.000 en 50 % kans op een winst van € 0.

Welke optie kiest u?

Test 2
Stel u heeft wederom € 10.000 te beleggen en kunt kiezen uit de volgende 2 mogelijkheden:
A) 100 % kans op een verlies van € 1.000
B) 50 % kans op een verlies van € 0 en 50 % kans op een verlies van € 2.000.

Welke optie kiest u nu?

Het verwachte rendement van A en B is in beide voorbeelden gelijk, namelijk een verwachte winst van € 1.000 bij Test 1 en een verwacht verlies van € 1.000 bij Test 2. Het hangt van uw mate van risico-aversie af of u kiest voor A of voor B. Een defensieve belegger zal in beide voorbeelden voor A kiezen. Immers, bij A weet je van tevoren waar je aan toe bent en dus is het risico lager dan bij optie B.

Een rationele en consequente belegger zal al naar gelang zijn risico-aversie 2 keer voor A of B kiezen. Uit een klein onderzoekje dat ik heb gedaan, blijken echter veel mensen bij Test 1 voor A te kiezen en bij Test 2 voor B. Ook uit een breder onderzoek blijkt dat beleggers vaak voor twee verschillende opties kiezen. Beleggers blijken dus in de praktijk absoluut niet consequent te zijn. Hun beslissing hangt af van hoe informatie gepresenteerd wordt. Juist dit inconsequente gedrag leidt op termijn tot suboptimale resultaten. Mijn tip voor alle beleggers is dan ook dat u zich niet moet laten leiden door hoe informatie wordt gepresenteerd en zeker niet door emoties.

drs RH.J. de Jong RBA is vermogensbeheerder bij Van Lieshout & Partners N.V.

Terug naar overzicht