|
Beleggen in BV of in privé
Indien u in een Holding of een Beleggings BV voor de lange termijn vrij belegbaar, vrij uitkeerbaar en ook niet door pensioenverplichtingen e.d. gebonden vermogen beschikbaar heeft, heeft u als DGA de keuze om in de BV te beleggen of om het vermogen naar privé te halen en het verder in privé te beleggen. De afwijkende fiscale winstbehandeling tussen in de BV of in privé behaalde resultaten speelt een grote rol bij deze keuze. Immers, bij dezelfde belegging wijken de nettorendementen binnen de BV respectievelijk in privé af. Een argument om in privé te beleggen kan bij een actieve onderneming ook ingegeven worden door behoefte aan risicospreiding tussen bedrijfsrisico’s en privé-beleggingsrisico.
Voorop staat dat u vertrouwen en ervaring heeft in (actief) beleggen en een lange beleggingshorizon heeft.
- Beleggingen in privé in box 3 worden belast met vermogensrendementsheffing (VRH) tegen het tarief van 1,2% over de gemiddelde waarde van de beleggingen aan het begin en aan het einde van het jaar (box 3).
- Rendementen op in de BV belegd vermogen worden to winsten van € 200.000 belast tegen 40 %, een combinatie van de vennootschapsbelasting (Vpb) en de aanmerkelijk belang heffing (AB-belasting) in box 2.
| Winst |
100,00 |
| Vpb 20 % * |
20,00 -/- |
|
80,00 |
| AB-belasting 25% |
20,00-/- |
| Resteert |
40,00 |
|
|
| Belastingdruk BV |
40 % * | * winsten vanaf € 200.000 worden belast tegen een Vpb-tarief van 25,5 % waardoor de gecombineerde belastingheffing uitkomt op 44,13 %.
Bij de vergelijking tussen beleggen in BV of in privé met middelen, die nu nog in de BV beschikbaar zijn, wordt in privé belegd met het als dividend aan u uitgekeerde BV vermogen, verminderd met de in te houden AB-belasting van 25%. Hierna belegt u dus in privé met 75% van het vermogen ofwel € 1.125.000, tegenover de BV met 100% ofwel € 1.500.000.
| Beleggen in privé of BV |
|
| Belegd vermogen privé |
1.125.000 (=BV vermogen van 1.500.000 - 25 % AB-bel.) |
| VRH |
1,20% (er is geen rekening gehouden met de vrijstelling) |
| Vpb |
Winst tot 200.000 = 20 % |
| AB-belastingclaim |
25% (er is geen rekening gehouden met de vrijstelling) |
| Totaal rendement |
5,5 % |
| BV = externe kosten en kosten KvK: |
€ 3.000 vast per jaar |
|
|
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
|
|
|
2017 |
2018 |
2019 |
| Vermogen privé |
1.125.000 |
1.165.623 |
1.207.713 |
1.251.324 |
|
|
|
1.442.090 |
1.494.163 |
1.548.117 |
| Div. / koerswinst |
61.875 |
64.515 |
67.268 |
70.138 |
|
|
|
82.898 |
86.435 |
90.123 |
|
1.186.875 |
1.237.519 |
1.290.324 |
1.345.382 |
|
|
|
1.590.132 |
1.657.983 |
1.728.729 |
| VRH* gem. verm. |
-13.871 |
-14.463 |
-15.080 |
-15.724 |
|
|
|
-18.584 |
-19.377 |
-20.204 |
|
1.173.004 |
1.223.056 |
1.275.244 |
1.329.658 |
|
|
|
1.571.548 |
1.638.606 |
1.708.525 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Vermogen BV |
1.500.000 |
1.553.662 |
1.609.259 |
1.666.861 |
|
|
|
1.918.800 |
1.987.563 |
2.058.805 |
| Div. / koerswinst |
82.500 |
85.998 |
89.650 |
93.463 |
|
|
|
110.466 |
115.194 |
120.131 |
| externe kosten |
-3.000 |
-3.000 |
-3.000 |
-3.000 |
|
|
|
-3.000 |
-3.000 |
-3.000 |
|
Vpb |
-15.900 |
-16.600 |
-17.330 |
-18.093 |
|
|
|
-21.493 |
-22.439 |
-23.426 |
|
|
1.563.600 |
1.629.998 |
1.699.318 |
1.771.688 |
|
|
|
2.094.443 |
2.184.199 |
2.277.904 |
|
AB-claim |
-390.900 |
-407.500 |
-424.830 |
-442.922 |
|
|
|
-523.611 |
-546.050 |
-569.476 |
|
|
1.172.700 |
1.222.499 |
1.274.489 |
1.328.766 |
|
|
|
1.570.833 |
1.638.149 |
1.708.428 |
Het bij dit artikel geplaatste rekenmodel is een hulpmiddel - niet meer dan dat - bij uw periodieke afweging of u in privé of in de BV wilt beleggen. Waarbij wij ons realiseren dat niet uitsluitend fiscale motieven leidend hoeven te zijn. Het model toont, bij de gekozen bedragen, een break even ofwel omslagrendement van 5,5 %. Bij een hoger rendement wordt in privé beleggen voordeliger. De eindvermogens na belastingen Privé en BV bedragen na 10 jaar bij dit totaalrendement van 5,5 % per jaar ca. € 1.708.000.
| Bij andere rendementen - ceteris paribus - na 10 jaar: |
|
|
|
|
| Rendement |
Eindvermogen privé |
Eindvermogen BV |
| 3,0% |
1.342.339 |
1.406.033 |
| 6,0% |
1.791.733 |
1.775.469 |
| 8,0% |
2.162.284 |
2.067.858 |
| 10,0% |
2.600.434 |
2.402.715 |
Indien het BV vermogen reeds belegd is in effecten, kan de dividenduitkering aan privé ook plaatshebben door (een deel van) de effecten over te boeken naar privé, afhankelijk van de in privé gekozen beleggingsdoelstellingen. Dat scheelt aan- en verkoopkosten. Bij een relatief lage stand van de beursindices zou dat zelfs extra aantrekkelijk kunnen zijn. De BV - die de effecten waardeert tegen aankoopkosten of lagere beurswaarde - realiseert dan wellicht een fiscaal aftrekbaar verlies, terwijl u bij weer aantrekkende koersen in privé onbelaste koerswinst kunt behalen.
|
De ‘mythe’ over het voordeel van uitstel van heffing van AB-belasting
Uitstel van AB-belastingheffing wordt nogal eens aangevoerd als argument om geen AB-dividend uit te keren aan privé. Met enig rekenwerk willen wij aantonen dat daar objectieve argumenten tegen zijn.
Stel dat de waarde van de BV 1.500.000 is, inclusief een gestort kapitaal van 18.151. Bij dividenduitkering nu bedraagt de AB-belasting 370.462. Indien de BV pas over 10 jaar uitkeert / geliquideerd wordt en dan een vermogen van stel 2.500.000 heeft, bedraagt de AB-belasting bij ongewijzigd tarief 620.462.
Een rekensom leert dat de BV in 10 jaar is gegroeid met 5,241% per jaar, maar de AB-claim met 5,292%. De contante waarde van de deze AB-claim bedraagt dan 372.276, wat meer is dan de huidige claim van 370.462.
De contante waarde van de AB-claim moet worden berekend op basis van het groeipercentage van de BV. Daarmee gaan we uit van een zuiver uitgangspunt / interestpercentage voor deze contante waardeberekening. De AB-claim groeit sneller omdat het niet beclaimde gestorte kapitaal van 18.151 een extra groei van de AB-claim tot gevolg heeft. Dat bedrag wordt immers ook belegd. |
|
Aannames rekenmodel
-
Bij het berekenen van Vpb is rekening gehouden met het in 2010 geldende Vpb-tarief voor de winst tot € 200.000 (20%).
- Bij de berekening van de VRH is voorzichtigheidshalve afgezien van het benutten van het heffingvrije vermogen van € 20.661 (c.q. € 41.322 bij overheveling tussen fiscale partners; peil 2010). Aanname is dat de DGA de vrijstelling benut op basis van ander box 3 privé vermogen.
-
In de BV wordt € 2.500 berekend voor kosten jaarrekening / accountant, bijdrage Kamer van Koophandel e.d.
-
In de BV is echter geen rekening gehouden met extra kosten uit hoofde van de gebruikelijk loon-regeling ex art. 12a Wet op de loonbelasting 1964. Deze zijn overigens voor Beleggings BV’s waarin alleen vermogensbeheer plaatsvindt, gematigd en wellicht zelfs nihil (vgl. jurisprudentie Hoge Raad ingeval van een slapende BV en een Pensioen BV, die geen economische activiteiten ontplooiden). Uw belastingadviseur kan u ter zake adviseren.
-
Het totaalrendement (koersmutaties en contante opbrengsten) na transactiekosten is in BV en in privé gelijk.
-
Verliezen zijn in de BV aftrekbaar. Uitgangspunt is dat bij beleggen met vertrouwen wordt uitgegaan van een over de jaren positief resultaat. Zo niet, dan zal er immers geen beleggingsrisico worden genomen.
-
Koersresultaten in de BV worden jaarlijks gerealiseerd, uitgaande van een actief beleggingsbeleid (geen “buy en hold” beleid over 10 jaar). Uitstel van Vpb over waardestijgingen vindt dus niet plaats. Onderscheid tussen contante inkomsten uit effecten en waardemutaties is dan ook niet gemaakt. |
December 2010
|