Financiële planning
Checklist
Schenkingsvrijstelling 2009
Schenkbelasting 2010
Erfbelasting 2010
Schuldigerkenning
Oud regime lijfrente
Dividendbelasting
Vennootschapsbelasting
Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Financiële planning :: Erfbelasting 2010
Erfbelasting 2010
 
Voor de erfbelasting zijn er drie tariefgroepen:
 
Tariefgroep 1:
- eigen kinderen / pleegkinderen
- echtgenoot / geregistreerd partner
- partners voor de schenkbelasting
 
Tariefgroep 1
Waarde schenking
Schenkbelasting (%)               
 
Tussen € 0 en € 118.000
10 %
 
€ 118.000 en hoger
20 %
 
Tariefgroep 1A:
- kleinkinderen en achterkleinkinderen
 
Tariefgroep 1A
Waarde schenking
Schenkbelasting (%)                 
 
Tussen € 0 en € 118.000
18 %
 
€ 118.000 en hoger
36 %
 
Tariefgroep 2:
- overigen
 
Tariefgroep 2
Waarde schenking
Schenkbelasting (%)               
 
Tussen € 0 en € 118.000
30 %
 
€ 118.000 en hoger
40 %
 
Vrijstellingen voor 2010
Relatie met overledene Bedrag vrijstelling
Partner € 600.000
(Klein)kind
€ 19.000
Gehandicapt kind € 57.000
Ouder € 45.000
Andere erfgenaam € 2.000
 

Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) en een sociaal belang behartigende instelling (SSBI) hoeven geen erfbelasting te betalen over erfenissen die ze krijgen.

Bedrijfsopvolgingsregeling
Deze regeling kent drie faciliteiten:
  • vrijstelling voor de personen die de onderneming krijgen en voortzetten;
  • uitstel van betaling voor de personen die de onderneming krijgen en voortzetten;
  • uitstel van betaling van erfbelasting bij meerdere erfgenamen.

Het moet overigens wel gaan om een echte onderneming. Een beleggingsvennootschap kent bovenstaande faciliteiten niet. Als men de onderneming door een erfenis krijgt, dan moet de overledene minimaal één jaar eigenaar zijn geweest. In geval van schenking moet de schenker minstens vijf jaar eigenaar zijn geweest.

Vrijstelling voor personen die de onderneming krijgen en voortzetten
De verkrijger moet de onderneming minstens vijf jaar voortzetten. Gaat het om aandelen van een N.V. of een B.V. dan moet de verkrijger minimaal vijf jaar eigenaar blijven en moet de vennootschap minimaal vijf jaar de onderneming blijven drijven. Als de verkrijger de onderneming voortzet, kan hij/zij vrijstelling krijgen voor de erf- of schenkbelasting. De vrijstelling is afhankelijk van de waarde van de onderneming. Bij deze waarde wordt onderscheid gemaakt tussen de going concern waarde en de liquidatiewaarde. De fiscus gaat uit van de hoogste van deze twee waarden en hanteert vier mogelijkheden:

1) Going concern waarde is maximaal € 1 miljoen en hoger dan de liquidatiewaarde. De vrijstelling is dan 100 % over de going concern waarde.

2) Going concern waarde is maximaal € 1 miljoen en lager dan de liquidatiewaarde. De vrijstelling is dan 100 % over de liquidatiewaarde.

3) Going concern waarde is hoger dan € 1 miljoen en hoger dan de liquidatiewaarde. De vrijstelling is dan 100 % over de going concern waarde tot € 1 miljoen. De vrijstelling is 83 % over de going concern waarde boven € 1 miljoen.

4) Going concern waarde is hoger dan € 1 miljoen en lager dan de liquidatiewaarde. De vrijstelling is dan 100 % over het verschil tussen de going concern waarde en de liquidatiewaarde. De vrijstelling is 100 % over de going concern waarde tot € 1 miljoen. De vrijstelling is 83 % over de going concern waarde boven € 1 miljoen.

Uitstel van betaling voor de personen die de onderneming krijgen en voortzetten
Bij een ondernemingsvermogen van meer dan € 1 miljoen moet er na de vrijstellingen nog belasting betaald worden. Voor dit overblijvende bedrag kan men uitstel van betaling aanvragen. De belastingdienst legt dan wel een conserverende aanslag op. Men mag er dan 10 jaar over doen om de aanslag te betalen. Wel moet er ook invorderingsrente worden betaald.
 
Uitstel van betaling van erfbelasting bij meerdere erfgenamen
Zijn er meer erfgenamen en zetten niet alle erfgenamen de onderneming voort, dan moeten de erfgenamen die de onderneming krijgen en voortzetten een vergoeding betalen aan de andere erfgenamen. Als zij deze vergoeding niet direct kunnen betalen, krijgen de andere erfgenamen een vordering op hen. De erfgenamen die de onderneming niet voortzetten, moeten erfbelasting betalen over de vordering voor hun deel van de onderneming of over hun vordering op de erfgenamen die de onderneming wel voortzetten. Zij kunnen hiervoor maximaal 10 jaar uitstel krijgen. Wanneer zij de erfbelasting uiteindelijk betaling, moeten zij er ook invorderingsrente over betalen.

December 2010