|
Oud regime lijfrente / koopsompolissen
Stel u heeft een of meer zogenaamde “oud-regime” polissen. Als oud-regime polissen gelden:
- koopsompolissen afgesloten voor 1 januari 1992
- polissen tegen premiebetaling, die zijn gesloten vóór 16 oktober 1990.
Mogelijkheden van een oud regime polis
Bij het aankopen van de uitkeringen worden slechts twee eisen gesteld:
- de looptijd van de lijfrente kan vrij bepaald worden, mits de kans op overlijden van u als verzekerde ten minste 1% is (reële sterftekans) als exact door de verzekeringsmaatschappij vast te stellen;
- ook de hoogte van de uitkeringen kan vrij bepaald worden. Wel moeten deze “vast en gelijkmatig” te zijn.
De fiscale vrijheid ten aanzien van de begunstiging is ruim: anderen dan uzelf kunnen als begunstigde worden aangewezen. De verhouding tussen de leeftijd van de verzekerde en de gekozen looptijd bij een tijdelijke lijfrente moet volgens de fiscale regelgeving een minimale sterftekans opleveren van 1% (te berekenen op basis van de meest recente sterftetabel). Wanneer u een lijfrentecontract afsluit dat niet voldoet aan deze 1 % sterftekans, zal de fiscus het contract als een "oneigenlijke" lijfrenteverzekering beschouwen. Het expiratiekapitaal zal dan belast worden alsof er helemaal geen lijfrente is aangekocht.
Voorbeeld: stel dat een man van 55 jaar volgens de sterftetabel 99% kans heeft om 59 jaar oud te worden. De uitkeringsperiode kan dan minimaal 4 jaar zijn, want in die periode bestaat er 1% kans dat de verzekerde overlijdt. Anders gezegd: hoe ouder men wordt, hoe hoger de sterftekans wordt en hoe korter dan de uitkeringstermijn kan zijn (indien u daarvoor zou willen opteren).
Aanwending van het kapitaal op de einddatum
- Uitstel van uitkering / het verlengen van de polis
- Uitkering in contanten
- Doorschuiven naar de kinderen (schenken)
- Kopen van een direct ingaande lijfrente
Later laten uitkeren / verlengen
Argumenten voor die keuze kunnen zijn:
- u heeft het geld niet direct nodig en de rekenrente is onaantrekkelijk laag;
- de gewenste pensioenleeftijd is nog niet bereikt;
- u heeft in het verleden meerdere polissen afgesloten en u kiest voor een verlenging zodat alle polissen dezelfde expiratiedatum krijgen. U kunt dan één direct ingaande lijfrente aankopen. U bespaart daarmee ook kosten;
- uitkering in contanten heeft wellicht de voorkeur, maar in het betreffende fiscale jaar ligt de belastingdruk hoger dan in een nog komend jaar (al dan niet vanaf 65 jaar).
Ook na het verlengen van de polis blijft het fiscale oude regime van kracht. Wanneer de verlengde polis wederom expireert, heeft u weer dezelfde keuzemogelijkheden.
Het is ook altijd mogelijk om het kapitaal, met behoud van het oude regime, over te dragen aan een andere verzekeringsmaatschappij, die u een beter aanbod doet dan uw huidige verzekeringsmaatschappij.
Uitkering in contanten / afkopen
Als u direct geld beschikbaar wilt hebben, kunt u de polis in één keer laten uitkeren. U koopt de verzekering dan af. Volgens de lijfrenteclausule op uw polis dient u met het opgebouwde kapitaal immers een lijfrente aan te kopen. Het hele bedrag zal dan in één keer progressief belast worden. Afhankelijk van uw persoonlijke inkomen in het jaar van afkoop, kan het expiratiekapitaal dus ook geheel belast worden tegen het toptarief voor de inkomstenbelasting. Uitkering ineens is dan - althans fiscaal - niet gunstig, maar indien het expiratiekapitaal gering is en/of u heeft in enig jaar een laag persoonlijk inkomen, dan kunt u deze mogelijkheid overwegen.
Doorschuiven naar de (klein)kinderen / schenken
Men kan de uitkeringen doorschuiven naar meerderjarige kinderen (of meerderjarige kleinkinderen) door hen als begunstigde aan te wijzen. Dat is voordelig als (klein)kinderen weinig of geen inkomen hebben (studenten) en interessant als zij in een lager belastingtarief vallen dan u. Zij moeten immers de inkomstenbelasting betalen over de ontvangen uitkeringen. De meerderjarigheid is van belang, omdat de (klein)kinderen dan zelfstandig belastingplichtig zijn en de uitkeringen dan dus niet door de ouders (met relatief hoge belastingdruk) behoeven te worden aangegeven.
Het aanwijzen van een begunstigde van de uitkeringen houdt ook een schenking in. Mits u het goed regelt, kan de betaling van schenkingsrecht echter worden voorkomen door gebruik te maken van de “samenloopregeling”. Deze is van toepassing als zowel inkomstenbelasting als schenkingsrecht is verschuldigd. Zelfs als dan (over de uitkeringen) geen inkomstenbelasting betaald hoeft te worden, omdat het inkomen daarvoor eenvoudigweg te laag is of belastingvrij is, zoals de studiebeurs, vervalt toch het schenkingsrecht.
Wanneer u verzekerde/verzekeringnemer bent van de direct ingegane lijfrente - dus ná expiratie van de polis een lijfrente voor uzelf en afhankelijk van úw leven heeft aangekocht - en u wijst daarná uw kind aan als begunstigde, zal de verzekeringsmaatschappij de uitkering(en) aan uw kind overmaken. Op dat uitkeringsmoment is sprake van schenking van de termijn. Maar omdat de termijn ook belastbaar inkomen vormt (box 1), wijkt het schenkingsrecht en is geen schenkingsrecht verschuldigd.
Als u echter al vóór expiratie de begunstiging wijzigt, schenkt u geen lijfrentetermijnen (die zijn nog niet bedongen) maar het opgebouwde kapitaal. Dat schenkt u dan ook en daarover is dan schenkingsrecht verschuldigd. Van samenloop van de heffing van twee soorten belasting over hetzelfde is dan geen sprake. Er wordt schenkingsrecht geheven en de latere uitkeringen worden belast.
Kinderen moeten de aanvaarding jegens de verzekeringmaatschappij van de begunstiging ook beslist achterweg laten. Want in dat geval loopt het weer mis met de samenloopregeling en komt het betalen van schenkingsrecht toch weer op.
Direct ingaande lijfrente kopen
De hoogte van de lijfrente wordt vastgesteld aan de hand van een aantal factoren. U kunt kiezen voor een tijdelijke (overbruggings-) of levenslange lijfrente, op één of twee verzekerden of op basis van beleggingen of garantie.
Factoren die de hoogte van de lijfrente-uitkering bepalen
Een berekening van de hoogte van een lijfrente is afhankelijk van een aantal factoren. De rentestand (rekenrente) is een belangrijke factor. U kunt de lijfrente op één of twee levens afsluiten en de leeftijd en het geslacht van de verzekerde(n) is van invloed. Tenslotte speelt de gekozen looptijd van het lijfrentecontract natuurlijk een rol.
Afsluiten op twee levens?
Is de polis op één leven afgesloten, dan stopt de uitkering van lijfrentetermijnen zodra de verzekerde overlijdt. Om te voorkomen dat de nabestaande daardoor fors in inkomen achteruitgaat gaat, wordt een lijfrente bij partners meestal op twee levens gesloten. In dat geval stopt de uitkering pas wanneer beiden overleden zijn. In de regel wordt gekozen voor 70 % overgang op de langstlevende partner / tweede verzekerde. U kunt ook een ander overgangspercentage overeenkomen.
Wanneer beide verzekerden tijdens de looptijd van het lijfrentecontract zijn overleden vervalt het overgebleven lijfrentekapitaal aan de betrokken verzekeringsmaatschappij. Wanneer u dit onwenselijk acht, kunt u een contraverzekering afsluiten. Met deze constructie ontvangen uw beoogde nabestaanden het overgebleven kapitaal na het overlijden van beide verzekerden.
Contraverzekering
Dit is een lineair dalende risicoverzekering die zowel op één als op twee levens gesloten kan worden door uw beoogde nabestaanden. Deze mogelijkheid wordt soms verkozen bij een direct ingaande lijfrente. Want wanneer de verzekerde(n) zou(den) overlijden, zal het overgebleven kapitaal in zijn geheel vervallen aan de verzekeringsmaatschappij. Wanneer u dit onwenselijk acht, is een contraverzekering de oplossing hiervoor. Uiteraard tegen een prijs. Als verzekeringnemer van de contraverzekering kan uw beoogde nabestaande(n) optreden. Het is mogelijk verschillende verzekeringnemers op te geven. Deze verzekeringsvorm wordt in de regel tegen koopsombetaling gesloten en verzekeringsmaatschappijen hanteren soms een gunstiger tarief wanneer de direct ingaande lijfrente bij dezelfde maatschappij is afgesloten.
Leeftijd en geslacht van de verzekerde(n)
De hoogte van de lijfrente-uitkering wordt bepaald door uw leeftijd en uw geslacht. De lijfrente-uitkering is namelijk afhankelijk van het in leven zijn van u (en/of uw partner). Bij overlijden stopt de uitkering en vervalt het nog niet uitgekeerde kapitaal aan de verzekeringsmaatschappij. Hoe ouder u bent, des te groter de kans is dat u komt te overlijden. Met behulp van sterftetafels (voor mannen en vrouwen) kan de verzekeraar een inschatting maken van de gemiddeld te verwachten levensduur. Uw grotere mate van sterfelijkheid zal door de verzekeraar vertaald worden in een hogere uitkering. Mannen hebben doorgaans een kortere levensduur dan vrouwen en ontvangen daarom in de regel een hogere uitkering.
De looptijd van het lijfrentecontract
Als u eenmaal besloten heeft welke looptijd het best bij u past, is de volgende vraag hoe hoog deze uitkeringen zullen zijn. Wanneer u bijvoorbeeld kiest voor een looptijd van 5 jaar, dan zal de jaarlijkse uitkering vanzelfsprekend hoger zijn dan wanneer u kiest voor een looptijd van 10 jaar.
Lijfrente in beleggingseenheden
De keuze hiervoor zal eerder opkomen indien de rente relatief laag is. De uitkering kan dan worden gebaseerd op beleggingen. U ontvangt dan, in tegenstelling tot bij een traditionele lijfrenteverzekering, geen vaststaand bedrag per maand, maar u ontvangt de opbrengst uit de verkoop van een aantal “units” in een beleggingsfonds(en). Uiteraard hangt deze keuze geheel af van uw persoonlijke risicoprofiel, want beleggingsresultaten uit het verleden bieden geen garantie voor toekomstige rendementen. Mits aan een aantal voorwaarden van de Uitvoeringsregeling Wet IB 2001 wordt voldaan (m.b.t prognoserendementen; eisen nabestaanden-lijfrenten), is bij een beleggingslijfrente sprake van een toegestane lijfrente volgens de Wet IB.
Indien uw lijfrentepolissen op afzienbare termijn expireren, adviseren wij u te rade te gaan bij uw verzekeringsadviseur en/of uw belastingadviseur.
|