|
Gedoe om ratingbureaus
De laatste weken domineren de ratingbureaus wederom het nieuws. Zeer recent besloot Moody’s de kredietwaardigheid van Portugal flink te verlagen naar junkstatus. Een iets positiever woord voor junk is trouwens high yield. Klinkt toch een stuk beter, nietwaar. Politici zoals Angela Merkel waren hier zeer verbolgen over.
Te optimistisch
Toen de kredietcrisis een paar jaar geleden in volle hevigheid losbarstte, kregen de 3 ratingbureaus (Moody’s, S&P en Fitch) er ook flink van langs. Veel speciale obligaties (CDO’s en ABS) bleken namelijk flink in koers te dalen. En dat terwijl deze obligaties vaak de hoogste rating hadden (AAA) en dus veilig hadden moeten zijn. De kritiek was dat deze producten nooit zo’n hoge rating hadden moeten krijgen en dat de grote drie hun rating ook nog eens veel sneller naar beneden had moeten bijstellen. Wat mij betreft zeer terechte kritiek.
Te negatief
Wat we nu zien, is dat de ratingbureaus echter van hun fouten hebben geleerd en zeer snel de kredietwaardigheid van sommige staatsobligaties naar beneden bijstellen. Zijn doen nu dus precies wat alle critici, waaronder de politici, de ratingbureaus hadden “geadviseerd”. En dan is het weer niet goed. Politici voorop verwijten de ratingbureaus nu dat ze te negatief zijn. Voor mij als belegger is dat erg merkwaardig. De ratingbureaus waarschuwen mij dat een bepaalde belegging, zoals staatsobligaties van Portugal, riskanter aan het worden is. Nu kan iedereen met een beetje boerenverstand dat ook zelf wel bedenken, maar desalniettemin is dat de taak van de ratingbureaus.
Nog meer gedoe
Maar er speelt eigenlijk nog iets veel belangrijker. Zoals het er nu naar uit ziet accepteren ratingbureaus niet het Franse voorstel waarin staat dat beleggers (lees banken, verzekeraars en pensioenfondsen) “vrijwillig” hun Griekse staatsobligaties doorrollen. Zij gaan er vanuit dat hier druk van politici achter zit en dus dat er sprake is van een gedeeltelijke wanbetaling. Een volkomen terechte constatering. Gevolg is alleen dat dit zeer grote consequenties heeft, aangezien op dat moment dezelfde beleggers hun obligaties fors moeten afwaarderen. Zoals onze minister van Financiën al zei is het niet reëel om er vanuit te gaan dat banken vrijwillig hun obligaties doorrollen.
Pardon? De enige reden dat wij als belastingbetaler miljarden in Griekenland moeten stoppen is om te voorkomen dat banken miljarden moeten afschrijven en er dus een nieuwe financiële crisis komt. Banken weten dit uiteraard ook. Ik kan mijzelf dus ook niet voorstellen dat banken niet uit zichzelf meewerken. Ze snijden zichzelf immers in hun eigen vingers. Maar goed, misschien is dit wel naïef van mij gedacht.
Macht ratingbureaus
Maar laat ik weer terugkomen op de ratingbureaus. Wat mij betreft doen zij op dit moment precies hun werk. Waarschuwen voor toenemende risico’s. Wat ik echter niet begrijp (en ook nooit heb begrepen) is de macht van de ratingbureaus. Bijna alle grote institutionele beleggers werken met de lijstjes van deze bureaus. Als het investmentgrade is (BBB of hoger) mogen ze er in beleggen en als de rating lager is dan niet.
Nu ga ik er gemakshalve maar vanuit ga dat er zeer deskundige mensen werken bij deze ratingbureaus, maar het blijft toch een gratis advies van een ander. En voor de goede orde, deze bureaus zijn gewoon commerciële instelling. Ik snap dus niet dat obligatiebeleggers zichzelf blindstaren op het advies van een ander. Ik ben eerlijk gezegd nog nooit een aandelenbelegger tegengekomen die blind en altijd het advies van een analist opvolgt.
Wat mij betreft zou het verstandig zijn om onze beslissingen (bijvoorbeeld of het “vrijwillig” doorrollen nu wel of geen default is) wat minder te laten afhangen van deze commerciële partijen.
drs Richard H.J. de Jong RBA is adjunct directeur vermogensbeheerbij Van Lieshout & Partners N.V.
|