|
Het einde van actieve aandelenfondsen
Waar blijft de outperformance?
De afgelopen jaren zijn de beleggingsmogelijkheden exponentieel toegenomen. U kunt beleggen in aandelen, obligaties, hedge funds, onroerend goed, grondstoffen en verschillende C.V.’s om maar een paar voorbeelden te noemen.
Een rationele belegger begint altijd eerst met de asset allocatie. Hoeveel procent van mijn vermogen stop ik aandelen, hoeveel in obligaties etc. Van belang is natuurlijk wel deze verdeling eens in de zoveel tijd tegen het licht te houden. Nadat u voor uzelf (al dan niet in overleg met uw adviseur) de asset allocatie heeft bepaald, moet u nog beslissen hoe u dit wilt doen. De meeste beleggers onder ons beleggen het grootste gedeelte van hun portefeuille in aandelen. Vandaar dat ik in deze column bekijk hoe u het beste in aandelen kunt beleggen.
Beleggingsfondsen
Veel mensen beleggen vanwege de eenvoud in beleggingsfondsen. Met name de aandelenfondsen die wereldwijd beleggen, zijn favoriet. Op zich is dat ook wel begrijpelijk. Met zo’n wereldwijd aandelenfonds spreidt u het risico en profiteert u toch nog volop van de kansen die wereldwijd zich voortdoen.
De meeste aandelenfondsen hebben een bepaalde index als benchmark. Dit kan de AEX zijn maar ook de MSCI Wereldindex of een subindex hiervan. Naast het behalen van een mooi absoluut rendement, is het voor de fondsbeheerders natuurlijk zaak om de index waarin zij beleggen (en die dus ook als benchmark geldt) te verslaan. Kortom, om outperformance te generen. Zij kunnen dit doen door veelvuldig te handelen in bepaalde aandelen of door bepaalde aandelen te over-, of onderwegen.
Fondsen slechter dan de index
Vraag is echter of het beleggingsfondsen wel lukt om de index op lange termijn te verslaan. Om maar meteen een antwoord hier op te geven; nee. De meeste fondsen presteren op de lange termijn slechter dan de index. Er zijn wel fondsen die op de lange termijn in staat zijn de index te verslaan, maar het is zeer moeilijk deze fondsen te vinden. Er zijn meer fondsen dan dat er individuele aandelen zijn. Het vinden van de pareltjes is dus zeer lastig. En zelfs als u een fonds vindt dat de index weet te verslaan bent u er nog niet.
U moet uzelf altijd afvragen hoe deze outperformance is gerealiseerd. Als de outperformance door 1 superbelegger wordt veroorzaakt, dan moet u uzelf afvragen of u hier wel in wilt beleggen. Wat gebeurt er met het rendement als deze belegger weggaat? Daarnaast moet u kijken in wat voor een markt de outperformance is gerealiseerd. Het kan best zijn dat een fonds het in een stijgende markt zeer goed doet door risicovolle aandelen te kopen. Maar wat gebeurt er als de markt eens een lange periode tegenzit?
Eén van de belangrijkste reden dat fondsen slechter presteren dan de index die zijn volgen is de kosten. De meeste aandelenfondsen rekenen toch al gauw 1 % of meer aan beheerskosten. Daarnaast zijn er nog de transactiekosten. De fondsbeheerder moet dus eigenlijk een stuk beter beleggen dan de index om toch netto hetzelfde rendement te laten zien. Daarnaast zijn er ook nog de onzichtbare kosten, zoals de spread. Dit is een opslag die u boven de intrinsieke waarde moeten betalen bij aankoop en de afslag bij verkoop van een fonds.
Indexbeleggen
Tegenwoordig bent u voor uw aandelen ook niet meer aangewezen op beleggingsfondsen. U kunt door middel van trackers (of indexfondsen) rechtstreeks een bepaalde index kopen. Een tracker is een beursgenoteerd beleggingsfonds dat als doel heeft zo goed mogelijk een bepaalde index te kopiëren. Een tracker berekent lagere kosten dan de meeste normale aandelenfondsen en presteert vaak beter dan de meeste normale fondsen. Echter ook trackers presteren door de kosten dus ook iets minder dan de index maar benaderen dit toch vrij aardig. Een ander groot voordeel van een tracker is de spreiding. Een tracker belegt vaak in meer onderliggende aandelen dan een gewoon beleggingsfonds, waardoor het risico lager is.
Bewijs
In de economische wetenschap is een overweldigende hoeveelheid bewijs geleverd van de slechte performance van aandelenfondsen ten opzichte van de index waar zij in beleggen. Bekende economen zoals Eugene Fama, Burton Malkiel en Nobelprijswinnaar William Sharpe hebben de performance van aandelenfondsen uitvoerig onderzocht en betogen alle drie dat het beter is om in een index te beleggen (door middel van een tracker of een indexfonds) dan in een normaal aandelenfonds.
In het Financieele Dagblad stond dit weekend te lezen dat 13 van de 25 grootste fondsen van vijf Nederlandse marktleiders het slechter deden dan de index. Een paar deden het gelijk aan de index en slechts een enkeling wist de index te verslaan. Nu zegt zo’n korte periode natuurlijk helemaal niks. Laten we dus zelf een klein onderzoekje doen. Ik zet voor u de rendementen van enkele wereldwijde fondsen van enkele grote Nederlandse aanbieders op een rijtje. Voor de volledigheid, de keuze van mijn selectie is volkomen willekeurig (dit om niemand op de tenen te trappen). In onderstaande tabel vindt u de performance sinds 1 januari 2000 tot heden van een zestal wereldwijde aandelenfondsen afgezet tegen de MSCI Wereld Index in euro’s.
|
MSCI Wereld Index |
-22,15% |
|
ABN Global Fund |
-38,83% |
|
ING Global Fund |
-25,96% |
|
Postbank Aandelenfonds |
-27,74% |
|
Robeco |
-32,57% |
|
Fortis Obam |
-6,48% |
|
SNS Wereld AandelenFonds |
-33,01% |
Het slechtst presterende fonds is duidelijk ABN AMRO Global Fund. Fortis Obam steekt er door de recente rally met kop en schouders boven uit. Deze outperformance is vooral in dit jaar neergezet. Dit fonds is ook het enige fonds dat over een periode van bijna 7 jaar de index weet te verslaan !!!
Wat duidelijk opvalt is dat 5 van de 6 fondsen het toch beduidend slechter doen dan de index. De 6 fondsen samen laten een gemiddelde performance sinds 1 januari 2000 zien van – 27,43%, terwijl de index – 22,15% noteert. Dit is ruim 5% minder. Dit lijkt misschien niet veel, maar stel nu eens dat u begin 2000 een investering deed van € 100.000 in de MSCI Wereld Index. Uw vermogen zou op dit moment nog € 77.850 waard zijn. Helaas dus nog steeds een verlies. Maar zou u een evenredig deel in alle 6 de fondsen hebben gekocht dan zou u vermogen nog slechts € 72.570 waard zijn.
Nu is bovenstaande maar een kleine steekproef. Het wereldwijde empirisch bewijs is echter overweldigend. Ik begrijp er dus ook niks van dat mensen nog steeds in normale wereldwijde aandelenfondsen beleggen. Het gros presteert slechter dan de index en het is haast onmogelijk om juist dat fonds te vinden dat wel in staat is de index te verslaan. En zelfs als u dit pareltje heeft gevonden, is het nog maar afwachten of de outperformance consistent is. Wilt u dus wereldwijd beleggen, maar niet de rompslomp van het zelf beleggen, koop dan een tracker of indexfonds dat een wereldwijde index kopieert (zoals de MSCI Wereld Index).
Bovenstaande wil echter niet zeggen dat ik alle beleggingsfondsen afkeur. Er zijn wel degelijk fondsen die waarde toevoegen en de index verslaan. Deze zijn alleen lastig te vinden. Daarnaast zijn er veel fondsen die zich specialiseren in beleggingen waar eigenlijk geen geschikte index bij hoort en u dus eigenlijk geen andere keus heeft. Tot slot wil ik voor de volledigheid opmerken dat mijn opmerking alleen betrekking hebben op aandelenfondsen. Hedge funds en andere “exotische” fondsen vallen hier niet onder.
drs Richard H.J. de Jong RBA is vermogensbeheerder bij Van Lieshout & Partners N.V. Hij is tevens beheerder van het Dutch Stock and Option Fund.
|