|
Inflatie
In de laatste weken is de onrust op de financiële markten sterk toegenomen. Bovenop de zorgen over de kredietcrisis is angst voor inflatie gekomen.
Stijging Olieprijs
De aanhoudende stijging van de grondstoffenprijzen, en dan met name de olieprijs, heeft tot gevolg dat de inflatie wereldwijd sterk is opgelopen. Over het algemeen wordt aangenomen dat het grootste deel van de stijging veroorzaakt wordt door fundamentele redenen, zoals de economische groei in de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, China en India) en te weinig aanbod doordat oliemaatschappijen de laatste jaren te weinig geld hebben geïnvesteerd in het opsporen en winnen van olie. De invloed van speculanten lijkt een kleinere rol te spelen, alhoewel niet nihil.
Op meerdere manieren is inflatie negatief voor het beleggingsklimaat.
- Allereerst is inflatie slecht voor de economie doordat de consumptie achteruit gaat. Simpel gezegd, mensen moeten een relatief groter deel van hun inkomen besteden aan benzine e.d. en houden minder over voor andere consumptie.
- Daarnaast gaan de kosten voor het bedrijfsleven omhoog. Olie zorgt niet alleen voor hogere transportkosten, maar is ook een zeer belangrijk onderdeel van veel producten (denk hierbij bijvoorbeeld aan verf, plastic en cosmetica).
- Daarnaast speelt er voor de belegger nog iets anders. De waarde van een aandeel is op lange termijn, los van korte termijn sentiment, gelijk aan de waarde van de toekomstige kasstromen van een onderneming. Een stijgende inflatie gaat vaak gepaard met stijgende rente. De huidige waarde van de toekomstige kasstromen wordt daardoor lager en dus ook de beurskoers van een aandeel.
Niet alleen aandelenbeleggers hebben last van een stijgende inflatie. Ook obligatiebeleggers hebben vaak nadeel van een stijgende inflatie. De toekomstige coupons worden namelijk gecorrigeerd voor inflatie minder waard. Uiteraard zorgt dit voor een daling van obligatiekoersen. Een alternatief voor obligatiebeleggers is de inflation linked obligatie. Naast de reguliere coupon, krijgt de belegger ook de inflatie vergoed. Voor meer informatie over deze obligaties, klik hier.
Historie
Sinds het begin van de jaren tachtig is de inflatie wereldwijd structureel gedaald. Centrale banken speelden daarbij een hoofdrol, geïnspireerd door nieuwe inzichten over het te voeren monetaire beleid. Eveneens belangrijk waren de grotere marktwerking als gevolg van liberalisering van markten en de toenemende internationale concurrentie door de opkomst van nieuwe economieën waardoor Westerse landen goedkopere producten konden importeren.
Aan dit proces van lage inflatie, lijkt nu een einde te komen. Momenteel is de scherpe stijging van de grondstoffenprijzen dé bron van de huidige inflatie. Vanwege de sterke vraag vanuit de opkomende economieën mag verwacht worden dat de grondstoffenprijzen verder zullen oplopen. Als echter de prijsstijgingen in de komende periode achterblijven bij de prijsexplosie van de afgelopen twaalf maanden, dan loopt de prijsinflatie van grondstoffen vanzelf terug. Immers, veel beleggers verwarren inflatie met hoge prijzen. Inflatie meet de prijsstijging en niet de prijs zelf. De olieprijs (WTC) is de afgelopen 12 maanden met 76 % gestegen. Als de olieprijs de komende 12 maanden met een lager percentage stijgt, dan neemt een belangrijk onderdeel van de inflatie vanzelf af.
Inflatie een tijdelijk probleem?
Voor de financiële markten is het van belang of de hoge inflatie een tijdelijk probleem is of dat wij te maken hebben met een structurele verslechtering van het inflatieklimaat.
De zorgen van de markt hebben naast de hoge olie- en voedselprijzen vooral betrekking op de vraag of de centrale banken uitstralingseffecten naar de rest van de economie zullen voorkomen. In zowel de Verenigde Staten, het verenigd Koninkrijk als Europa hebben de centrale banken duidelijk gemaakt dat zij de inflatie onder controle willen houden. In landen als China, India en Brazilië neemt men ook maatregelen om de inflatie te beteugelen.
De acties van de centrale banken, de wellicht afnemende prijsstijging en de wereldwijde groeiafzwakking, zal volgens mij voorkomen dat de inflatie uit de hand gaat lopen. Dit is natuurlijk een gunstig vooruitzicht voor de financiële markten.
Ook de financiële markten houden in meerderheid rekening met een beperkte verdere stijging van de inflatie. Zo is de lange rente (deze rente prijst de inflatieverwachting van de markt in) wel wat gestegen, maar lang niet zo veel als de korte rente.
Op 1 januari 2008 bedroeg de 1-jaars rente: 4,64 %. De 10- jaars rente was 4,59 %. De eerste 7 maanden van dit jaar is de 1-jaars rente gestegen naar 5,18 %. De lange rente is slechts gestegen naar 4,90 %.
drs Richard H.J. de Jong RBA is adjunct directeur vermogensbeheer bij Van Lieshout & Partners N.V. Hij is tevens beheerder van het Dutch Stock and Option Fund.
|