Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Winstnemen General Motors
En herinvesteren in minder risicovolle obligatie?

In mijn vorige column van 2 weken geleden heb ik een langlopende obligatie van GM behandeld. Deze obligatie was de laatste maanden flink in koers gedaald. De downgrade naar junk status was hier uiteraard debet aan. De koers van de obligatie van GM met een looptijd tot 2033 en een coupon van 8,375%, zakte vanaf begin dit jaar van 108 % naar 80 %. Toen de downgrade bekend werd, daalde de koers nog verder naar ongeveer 70 %.

Aardig rendement
Op het moment van mijn vorige column bedroeg de koers ongeveer 73%. Aangezien ik van mening was (en nog steeds ben) dat de lening flink ondergewaardeerd was/is, was mijn conclusie dat risicovolle beleggers deze lening best konden kopen. Intussen is bovenstaande obligatie gestegen van 73% naar ongeveer 82%. Mocht u de lening 2 weken geleden hebben gekocht, dan heeft u tevens nog een couponvergoeding van 0,32% ontvangen. Tezamen leverde deze investering in 2 weken toch een aardig rendement op van ongeveer 12,5%. Hoezo, obligaties zijn saai?

Herinvesteren
Hoewel ik van mening ben dat deze lening nog steeds ondergewaardeerd is, kunt u besluiten winst te nemen. Van winst nemen is tenslotte nog nooit iemand armer geworden. U kunt besluiten u geld op een minder risicovolle manier te herinvesteren. De zogenaamde inflation linked obligatie is hier bij uitstek geschikt voor.

Inflation linked obligatie (ILO)
ILO zijn obligaties waarbij het rendement direct gekoppeld is aan de inflatie. Hoe hoger de inflatie, hoe hoger het rendement. In een normaal economisch scenario zal een hogere inflatie(verwachting) tot een rentestijging leiden. De meeste obligaties zullen dan in koers dalen. De koers van een ILO zal echter stijgen.

Werking ILO
De meeste ILO zijn obligaties waarbij de hoofdsom/koers stijgt met de inflatie. Bij een deflatie zal de koers gelijk blijven (en dus niet dalen). Aan het einde van de looptijd wordt de obligatie niet op 100 afgelost, maar op 100 plus de cumulatieve inflatie over de looptijd. Daarnaast ontvangt de belegger natuurlijk een couponvergoeding. Deze is vaak wel lager dan een normale obligatie. Een voorbeeld kan misschien een en ander verduidelijken. Stel de couponvergoeding van een ILO bedraagt 2,25% per jaar. U koopt de lening uit emissie op 100. De inflatie bedraagt in jaar 1 3%, in jaar 2 en 3 4%, in jaar 4 2% en in jaar 5 bedraagt de inflatie 5%.

Jaar

Inflatie

Cum. inflatie

Hoofdsom

Coupon

Aflossing

0

100,00

1

3%

3,00%

103,00

2,32

2

4%

7,12%

107,12

2,41

3

4%

11,40%

111,40

2,51

4

2%

13,63%

113,63

2,56

5

5%

19,31%

119,31

2,68

119,31

Omdat de belegger 2,25% couponvergoeding over de hoofdsom ontvangt en de hoofdsom jaarlijks wordt vermeerderd met de inflatie, neemt ook de jaarlijkse couponvergoeding toe. Zo bedraagt in jaar 4 de coupon niet € 2,25, maar € 2,56. Aan het einde van de looptijd wordt de lening op 119,31 afgelost. Het jaarlijks rendement bedraagt 5,9%. Uiteraard zal dit lager zijn bij een lagere inflatie. Bij een inflatie van jaarlijks 2,5% bedraagt het rendement toch nog een acceptabele 4,8%.

Laag risico
ILO kenmerken zich door een lager risico dan normale (bedrijfs)obligaties. In Europa worden de meeste ILO uitgegeven door de Franse en Engelse overheid. De belegger loopt dus haast geen debiteurenrisico. Daarnaast zijn de Franse ILO grotendeels genoteerd in euro’s waardoor ook het valutarisico geen rol speelt. Tot slot het renterisico. De geschiedenis wijst uit dat inflatie en rente in hoge mate gecorreleerd zijn. Een stijging van de inflatie, leidt meestal tot stijgende rentestanden. Als een rentestijging wordt veroorzaakt door een stijgende inflatie, dan zal een normale obligatie in koers dalen. Een ILO zal echter in koers stijgen. Grosso modo kan dan ook gesteld worden dat bij een ILO het renterisico laag is en vaak lager is dan bij een normale staatsobligatie.

Lager risico van de gehele portefeuille
Een belegger moet niet alleen een individuele belegging beoordelen, maar moet ook altijd bekijken wat het opnemen van een belegging betekent voor het risico van de gehele beleggingsportefeuille. Dit risico kunnen we meten met behulp van de volatiliteit/beweeglijkheid van een portefeuille.

Het opnemen van ILO zal in de meeste gevallen leiden tot een verlaging van het risico en een verhoging van de Sharpe-ratio van een portefeuille. Dit komt omdat een ILO op de middellange termijn (5 jaar) negatief gecorreleerd is met obligaties en geen correlatie heeft met aandelen. Dit zorgt ervoor dat het rendement van een portefeuille stabieler wordt hetgeen leidt tot een lager risico. De kans op grote verliezen gaat immers naar beneden.

Conclusie
ILO zijn obligaties waarbij de vergoeding direct gekoppeld is aan de inflatie. Hierdoor zijn ILO bij uitstek geschikt voor pensioenbeleggingen. Immers, als u met pensioen gaat wilt u er zeker van zijn dat de beleggingen op zijn minst de inflatie hebben bijgehouden. Daarnaast krijgt u ook nog een (geringe) couponvergoeding. En bij stijgende inflatie kan een ILO ook nog eens een aantrekkelijk rendement opleveren. Kortom, een lening met een laag risico en een aardig rendement.

drs RH.J. de Jong RBA is vermogensbeheerder bij Van Lieshout & Partners N.V., private bankers.

Terug naar overzicht