Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Lezersvragen

Regelmatig krijg ik per mail vragen van Effect-lezers naar aanleiding van mijn columns. Meestal beantwoord ik deze rechtstreeks aan de vragensteller, maar soms is een vraag relevant voor meer mensen. In mijn column van deze maand wil ik daarom ingaan op twee recente vragen.

Eind juni opperde ik in een column getiteld “Speculeren met een Griekse tragedie” om strangles op ING en Aegon te kopen in de verwachting van een escalatie van de Griekse schuldencrisis. Uitgangspunt was dat er een grote beweging naar boven (de crisis wordt opgelost) of beneden (er komt geen oplossing en de problemen verergeren) was te verwachten.

Een lezer vroeg mij of het ook mogelijk is om te speculeren op een grote beweging via een geschreven optiecombinatie. Wie een combinatie (straddle of strangle) verkoopt, heeft als uitgangspunt dat de verwachte beweging beperkt blijft en dat de volatiliteit niet sterk toeneemt. Immers, de volatiliteit is een belangrijke prijsbepaler van opties. Als deze sterk toeneemt, stijgen de premies van de eerder verkochte opties. Voor de schrijver (verkoper) is dat dus nadelig. Ook dient de beweging beperkt te blijven: de schrijver van een combinatie ontvangt een dubbele premie (van de call en van de put). Samen met de uitoefenprijzen bepaalt dit de bandbreedte waarbinnen winst kan worden behaald. Als nu de beweging zeer groot is, raakt men al snel buiten de bandbreedte en levert de positie verlies op. Grote bewegingen – vooral naar beneden – gaan meestal gepaard met een stijging van de vollie, dus de combinatie van beide factoren werkt dan sterk nadelig.

Een andere lezer greep terug op mijn column uit maart van dit jaar toen de aandelenmarkten er nog goed voorstonden. Ik schetste toen een aantal mogelijkheden met Philips waaronder een driepoot. Ten tijde van het schrijven van de column noteerde Philips circa € 22. In september zagen we een voorlopig dieptepunt van circa € 12. De driepoot betrof de koop van de call PHI december 2012 met uitoefenprijs 20, de verkoop van de call 28 en de verkoop van de put 20. De netto investering bedroeg 0.15. De lezer vraagt zich af of de putoptie is uitgeoefend en wat dan het resultaat is.

Een assignment vindt pas dan plaats als een optie geen enkele verwachtingswaarde meer heeft maar louter intrinsieke waarde. Zolang er nog verwachtingswaarde in de optie zit, zal de houder van – in dit geval de put – zijn of haar aandelen niet verkopen via een exercise van de optie, maar de put en de aandelen apart verhandelen. Via een exercise gaat namelijk de optie teniet en geeft hij of zij dan de verwachtingswaarde weg. Door put en aandelen los van elkaar te verkopen, incasseert hij of zij ook de verwachtingswaarde die nog in de put zit. De opbrengst is dus hoger. Hoewel de put op Philips in september zeer “deep-in-the-money”was, bleef er nog verwachtingswaarde in zitten. Er heeft dus geen assignment plaatsgevonden. Dat neemt niet weg dat door het beursgeweld vanaf de zomer de positie fors onder water staat. Op dit moment noteert Philips € 13,65. De long en short call gesaldeerd leveren net de oorspronkelijke investering van € 0,15 op. De put – met gelukkig nog 13 maanden te gaan – noteert nu € 7,10 inclusief € 0,75 aan verwachtingswaarde. Per 100 aandelen levert de positie dus vooralsnog een papieren verlies van € 710,= op. Niet best.

Kees van Lieshout