Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Introductie van nieuwe optieseries (1)

De door Euronext Amsterdam uitgegeven Officiële Prijscourant zul je niet snel bij de kapper aantreffen. Krap 50 pagina’s krantenpapier op tabloid-formaat, lijkt het blad op één grote verzameling voetnoten. Het geeft informatie over alle op Euronext genoteerde aandelen, obligaties en opties. Voor wie van getallen houdt, staan in het optiekatern aardige weetjes.

Op 7 december jongstleden werden 686.500 optiecontracten verhandeld, waarvan 547.931 (76,8 %) op aandelen, 137.849 (19,3 %) op de index en 716 valutacontracten. Terzijde: in mijn vorige column schreef ik over dollaropties, dus u bent nogmaals gewaarschuwd voor de gebrekkige liquiditeit.

Het aantal verhandelde series die dag bedroeg 2.862. Tel daarbij de series, die die dag niet zijn verhandeld en we komen ruim boven 4.000 bestaande series. Van de 56 optieseries Draka (28 calls en 28 puts) werd bijvoorbeeld slechts in drie series gehandeld. De open interest (= het totaal aan uitstaande contracten) voor de opties was 21.284.566. Er werden die dag zes nieuwe series geïntroduceerd. Op 8 december waren dat er maar liefst 30. Op 6 december werden ook twee “Series-on-request” (zeg maar: verzoeknummers) geïntroduceerd.

Een interessante vraag (onder meer gesteld door lezers van Effect) luidt wanneer nieuwe optieseries worden geïntroduceerd. Series kunnen we onderscheiden naar looptijden en uitoefenprijzen. Bij looptijden is de reden van introductie tijdsverloop: na elke expiratie verdwijnen er series en worden er nieuwe geïntroduceerd. Dit is niet voor alle onderliggende waarden (aandelen, index, valuta’s) gelijk. Om het overzicht te behouden, beperk ik me tot aandelenopties. Euronext onderscheidt zeven groepen. Groep VII is voor euro/dollar, dollar/euro opties en futures en blijft hier verder buiten beschouwing. Groep I tot en met VI zijn bestemd voor aandelen.

  • Groep I bestaat uit de tien meest actieve optiefondsen: AAB, AGN, AH, ASL, FOR, ING, KPN, PHI, RD en UN.
  • Groep II bevat AKZ, DSM, GTN, HEI, NUM, REN, TPG en WKL.
  • Groep III: BHR, MOO en VNU.
  • Groep IV bestaat uit Hagemeyer en Nokia (bien étonné de se trouver ensemble).
  • Groep V is voor de midcappers en groep VI voor de drie vastgoedfondsen Corio, Rodamco Europe en Wereldhave.

Per groep is er een kalendercyclus. Hoe meer liquide een fonds is, hoe hoger de groep en hoe hoger de groep, hoe meer series er uitstaan en er dus ook telkens bijkomen. Met dank aan Euronext geef ik ter illustratie het kalenderschema voor groep I. In dit schema kunt u de introductie van nieuwe looptijden zien als gevolg van het verstrijken van de tijd.

Voor groep I zijn er 11 looptijden: korte series (1,2 en 3 maands), middellang (6, 9 en 12 maands) en lang (18 maands, 2-, 3-, 4- en 5-jaars). Na het verstrijken van een maand expireert de 1-maands optie; de 2 maands is dan een 1 maands geworden en de 3 maands een 2 maands optie. Dan wordt een nieuwe 3 maands optie geïntroduceerd om weer een volledige cyclus van 1, 2 en 3 maands opties te krijgen. Na nog twee maanden tijdsverloop is de eerste middellange optie (6 maands) een 3 maands optie geworden. Er hoeft dan dus geen nieuwe 3 maands geïntroduceerd te worden. Wel is inmiddels de 12 maands optie een 9 maands geworden en moet dus een nieuwe 12 maands geïntroduceerd worden.

Een verschil valt op bij de looptijden 2007, 2008 en 2009. Voor 2007 is de maand oktober en voor de andere december. In 2003 heeft Euronext het systeem veranderd. Vroeger was het systeem voor de middellange opties: januari, april, juli en oktober. De meerjarige opties werden op oktober gezet. De oktober 2007 opties zijn in oktober 2002 geïntroduceerd als 5-jaars opties. Tegenwoordig is de vervalkalender: maart, juni, september en december waarbij de 5-jaars opties op december worden gezet. In oktober 2003 is dus geen oktober 2008 geïntroduceerd, maar een december 2008. Op 19 december aanstaande, na de expiratie, wordt de looptijd december 2010 geïntroduceerd, zodat er weer een 5 jaarsoptie is.

De cyclus van groep II is gelijk aan die van groep I, behalve dat er geen 12-maands opties zijn. Groep III is gelijk aan groep II met dien verstande dat er geen 3-, 4- en 5-jaars opties zijn. Groep IV heeft alleen 1, 2, 3, 6 en 9 maands opties. Groep V heeft alleen 3, 6 en 9 maands opties. Groep VI is de uitzondering op de regel: daar zijn meer looptijden dan in groep V, namelijk ook 12 maands opties. Deze uitzondering valt te verklaren uit de aard van de onderliggende waarden in deze groep: drie vastgoedfondsen. Tot zover de looptijdencycli. In een volgende bijdrage zal ik nader ingaan op de premie-intervallen en series op verzoek.

Kees van Lieshout is directeur van Van Lieshout & Partners N.V., een landelijk werkende en onafhankelijke onderneming, gespecialiseerd in vermogensbeheer en financiële planning voor vermogende particulieren en directeur-grootaandeelhouders.

Terug naar overzicht