Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hernieuwde onrust
 
In de laatste weken is de onrust op de financiële markten sterk toegenomen. Bovenop de zorgen over de kredietcrisis is angst voor inflatie gekomen. Zowel de aandelen- als obligatiemarkten lieten (soms forse) koersdalingen zien. Door middel van deze mail willen wij u graag informeren over onze visie op de recente ontwikkelingen en wat deeventuele gevolgen zijn voor ons beleggingsbeleid.
 
Inflatieangst
De aanhoudende stijging van de grondstoffenprijzen heeft tot gevolg dat de inflatie wereldwijd sterk is opgelopen. Over het algemeen wordt aangenomen dat het grootste deel van de stijging veroorzaakt wordt door fundamentele redenen, zoals de economische groei in de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, China en India) en te weinig aanbod doordat oliemaatschappijen de laatste jaren te weinig geld hebben geïnvesteerd in het opsporen van olie. De invloed van speculanten lijkt een kleinere rol te spelen.

Op meerdere manieren is inflatie negatief voor het beleggingsklimaat. Allereerst is inflatie slecht voor de economie doordat de koopkracht wordt uitgehold. Dit gaat ten koste van de consumptie, wat vervolgens ook het bedrijfsleven treft. Voor de aandelenmarkten is een hogere inflatie negatief, omdat een deel van het bedrijfsleven wordt getroffen door toenemende kosten, minder omzet en dus lagere winstmarges. Daarnaast speelt er nog iets anders. De waarde van een aandeel is op lange termijn, los van korte termijn sentiment, gelijk aan de waarde van de toekomstige kasstromen van een onderneming. Een stijgende inflatie gaat vaak gepaard met stijgende rente. De huidige waarde van de toekomstige kasstromen wordt daardoor lager en dus ook de beurskoers van een aandeel.

Beleggers in vastrentende waarden worden geconfronteerd met een uitholling van de waarde van het uitgeleende kapitaal. De toekomstige coupons worden, gecorrigeerd voor inflatie, namelijk minder waard.

Voor de financiële markten is het nu vooral van belang of de hoge inflatie een tijdelijk probleem is of dat wij te maken hebben met een structurele verslechtering van het inflatieklimaat. Wat dit betreft zijn wij positief gestemd; wij verwachten geen structurele verslechtering. Sinds het begin van de jaren tachtig is de inflatie wereldwijd structureel gedaald. Centrale banken speelden daarbij een hoofdrol, geïnspireerd door nieuwe inzichten over het te voeren monetaire beleid. Eveneens belangrijk waren grotere marktwerking als gevolg van liberalisering van markten, toenemende internationale concurrentie door de opkomst van nieuwe economieën en grotere markttransparantie door internet.

Aan dit proces van desinflatie is de laatste paar jaren een eind gekomen. Van een ommekeer is echter geen sprake, marktwerking en concurrentie nemen weliswaar niet meer toe, maar worden evenmin teruggedraaid. Wel springen tijdelijke fluctuaties in de inflatie nu meer in het oog. Momenteel is de scherpe stijging van de grondstoffenprijzen dé bron van de huidige inflatie. Vanwege de sterke vraag vanuit de opkomende economieën mag verwacht worden dat de grondstoffenprijzen verder zullen oplopen. Als echter de prijsstijgingen in de komende periode achterblijven bij de prijsexplosie van de afgelopen twaalf maanden, dan loopt de prijsinflatie van grondstoffen vanzelf terug. Ook de financiële markten houden in meerderheid rekening met een beperkte verdere stijging van de inflatie. Zo is de lange rente (deze rente prijst de inflatieverwachting van de markt in) wel wat gestegen, maar lang niet zo veel als de korte rente.

Op 1 januari 2008 bedroeg de 1-jaars rente: 4,64 %. De 10- jaars rente was 4,59 %. De eerste 7 maanden van dit jaar is de 1-jaars rente gestegen naar 5,18 %. De lange rente is slechts gestegen naar 4,90 %.

De zorgen hebben dan ook meer betrekking op de vraag of de centrale banken uitstralingseffecten naar de rest van de economie zullen voorkomen. In zowel de Verenigde Staten als Europa is het monetaire beleid nu ruimer dan gewenst, als uitsluitend wordt gekeken naar de prijsontwikkeling. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft echter duidelijk gemaakt dat zij de inflatie onder controle wil houden. In de Verenigde Staten zal de centrale bank, de Federal Reserve (Fed), naar verwachting eind dit jaar beginnen aan een reeks van renteverhogingen. In landen als China, India en Brazilië neemt men reeds maatregelen om de inflatie te beteugelen. De centrale banken zijn wereldwijd doordrongen van de nadelen van hoge inflatie. Hierdoor, en door de wereldwijde groeiafzwakking, zal worden voorkomen dat de inflatie uit de hand gaat lopen. Dit is een gunstig vooruitzicht voor de financiële markten.

Economische vooruitzichten
De huidige macrocijfers uit de VS en sinds kort ook uit Europa duiden erop dat beide economieën op zijn best minder hard groeien. In het eerste kwartaal waren de groeicijfers nog redelijk, maar de cijfers vanaf april duiden op een economische neergang. Dit wordt gedragen door het mindere consumentenvertrouwen en dus lagere consumentenbestedingen. Beurzen lopen echter 6 tot 12 maanden vooruit op de huidige economie. Op dit moment zijn er nog geen duidelijke signalen dat de economie in 2009 zal herstellen. Vandaar dat de wereldwijde beurzen ook nog bijzonder nerveus en negatief zijn. In de komende maanden zullen waarschijnlijk nog veel ondernemingen met teleurstellende cijfers komen, terwijl ook de macro-economische indicatoren zwak zullen blijven. Voor de lange termijn zijn de vooruitzichten echter minder negatief mede vanwege de door ons verwachte daling van de inflatie. Daarnaast mag worden verwacht dat de aandelenmarkten bij de huidige, lage waarderingsniveaus zullen anticiperen op een economisch groeiherstel zodra de eerste signalen hiervan zichtbaar worden.
 
Beleggingsbeleid
Op de korte termijn zullen de zorgen over de inflatie en slechte bedrijfscijfers niet snel verdwijnen. Wij blijven daarom een relatief grote cashpositie aanhouden ten opzichte van het beleggingsbeleid. Ook wat betreft obligaties blijven wij voorzichtig door alleen relatief kortlopende obligaties van goede debiteuren te kopen. Deze zijn minder gevoelig voor eventuele stijgende rente. Daarnaast worden obligaties altijd op 100 afgelost (als de debiteur tenminste niet failliet gaat). Eventuele koersverliezen worden uiteindelijk dus ook weer ingelopen.
 
Risico op een systeemcrisis
Risico is in de financiële wereld een breed begrip en kan op meerdere manieren worden uitgelegd. Aandelenbeleggers hebben bijvoorbeeld te maken met risicovormen als koersrisico en faillissementsrisico, terwijl voor obligatiebeleggers het debiteurenrisico en renterisico van belang is.
 
Een van de meest ongrijpbare en moeilijk te voorspellen risico’s is systeemrisico. Systeemrisico heeft met name betrekking op het bancaire systeem en impliceert dat een probleem bij één financiële instelling ook andere instellingen treft. Indien een financiële instelling in problemen komt, kan dit in theorie een sneeuwbaleffect veroorzaken. Banken die leningen hebben uitstaan bij de bank die in problemen komt, vragen hun gelden op en cliënten willen massaal hun spaartegoeden opnemen. Vertrouwen is een groot goed in de bancaire wereld en als cliënten geen vertrouwen hebben in het bancaire systeem, dan holt dit het bestaansrecht van banken uit.
 
 

In de afgelopen periode wordt er door diverse personen en instanties gewezen op de risico’s van een systeemcrisis. De redenen zijn evident: de problemen rondom banken als IKB Bank, Northern Rock en Bear Stearns hebben het vertrouwen in financiële instellingen aangetast. Ook de recente ontwikkelingen rondom Fortis hebben het vertrouwen in de sector geen goed gedaan.

Wij willen benadrukken dat het naar onze mening niet waarschijnlijk is dat er daadwerkelijk een systeemcrisis op korte termijn zal ontstaan, ook al zijn de marktomstandigheden in de afgelopen tijd verslechterd en is het risico op een systeemcrisis momenteel groter dan enkele jaren geleden. De reden is dat de belangen voor diverse financiële instellingen en de centrale banken als de ECB en Fed simpelweg te groot zijn. Het verleden toont aan dat op momenten dat een financiële instelling in problemen komt en daadwerkelijk dreigt om te vallen, er gecoördineerde acties plaatsvinden (meestal onder leiding van een centrale bank) om de desbetreffende financiële instelling te redden. In het recente verleden hebben wij dat gezien bij Bear Stearns, dat onder leiding van de Fed en JPMorgan Chase overeind werd gehouden. Ook in het verdere verleden zijn er diverse voorbeelden van reddingsoperaties van grote financiële instellingen: de beroemde Britse Barings Bank werd in 1995 gered door ING Groep en in 1998 werd het hedge fund Long Term Capital Management gered door een consortium van Amerikaanse banken.

In de Verenigde Staten is Lehman Brothers de zwakste bank van de grotere spelers terwijl in Europa met name een aantal Britse banken een relatief lage solvabiliteit heeft. Wij gaan er momenteel niet vanuit dat er een faillissement van een van de grote Europese banken zal plaatsvinden. Mocht er zich een situatie voordoen dat een van de grote Europese of Amerikaanse banken op het punt staat om te vallen, dan is het naar onze mening zeer aannemelijk dat er (wederom) een reddingsoperatie wordt gestart.

Tot slot
Mocht u door al het geweld op de aandelen- en obligatiebeurzen erg onrustig zijn geworden, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. In overleg kunnen we dan bekijken of de huidige asset allocatie nog steeds voldoet aan uw lange termijn doelstelling.