Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Opties en warrants: een prijsvergelijking met ING

Een warrant is sterk vergelijkbaar met een optie. De prijsvorming en ook de spread van warrants en opties zijn gelijk. Toch gaat de voorkeur uit naar opties. Een warrant en optie belichamen het recht om gedurende een vastgestelde periode een onderliggende waarde te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde uitoefenprijs.De prijsvorming wordt in beide gevallen bepaald door de intrinsieke waarde en de verwachtingswaarde.
 
Een mooi voorbeeld ter controle is de Warrant B van ING. Deze warrant is eind 1997 uitgegeven en loopt tot 5 januari 2008. Deze lange looptijd is een kenmerkend verschil van warrants in vergelijking met opties: bij opties genoteerd op Amsterdam Exchanges is de langste looptijd vijf jaar, terwijl deze warrant maar liefst tien jaar loopt. Indien de warrants op einddatum worden uitgeoefend, zal ING nieuwe aandelen emitteren om te kunnen leveren.
 
Modaliteiten
Elke Warrant B geeft het recht om tegen bijbetaling van € 49,92 twee aandelen ING te kopen. Bij een koers van het aandeel van € 26,90 noteert de warrant € 5,50. Per aandeel komt de kostprijs op (5,50 + 49,92) / 2 = 27,71. De verwachtingswaarde is dus 27,71 – 26,90 = 0,81 voor krap twee maanden resterende looptijd.

We kunnen nu een vergelijking maken met opties ING. De call december 2007 met uitoefenprijs 25 noteert 2,60. Bij uitoefening is de kostprijs dus 25 + 2,60 = 27,60. De verwachtingswaarde is 0,70. Dit is 0,11 minder dan de warrant. De decemberexpiratie is op 21 december. Rekening houdend met de feestdagen (beurzen gesloten) resteren 7 handelsdagen tot 5 januari 2008. Het prijsverschil is grotendeels te verklaren uit de kortere looptijd.

De call ING januari 2008 met strike 25 heeft een theoretische waarde van 2,95. Ik schrijf theoretische waarde, omdat deze uitoefenprijs niet in de noteringen voorkomt. De verwachtingswaarde is dus 1,05 en daarmee is deze optie dus 0,24 duurder dan de warrant. Ook dit is verklaarbaar want de looptijd is tot 18 januari 2008 (januari-expiratie) en dat is tien beursdagen meer dan bij de warrant.

De “spread” – het verschil tussen bieden en laten – is ogenschijnlijk gelijk. Voor de warrant is de spread ongeveer 0,20, voor de opties geldt 0,10. Maar omdat ik voor elke warrant twee opties moet kopen (dus 2 x 0,10) is de spread toch gelijk.

Voorkeur voor optie
Hoewel de prijsvorming en de “spread” van zowel de warrant als de optie gelijk zijn, geef ik toch de voorkeur aan de optie. Dit heeft alles te maken met de liquiditeit. In de ING opties kan ik probleemloos honderden contracten (dus onderliggend tienduizenden aandelen) handelen zonder de prijs te verstoren. Maar als ik het orderboek van de warrants bekijk, ligt dit wel anders: op prijzen tussen 5,63 en 5,92 worden slechts 2.900 warrants te koop aangeboden. Dit is het equivalent van 5.800 aandelen ofwel 58 opties. In en uit de warrants stappen, is dus kostbaar. De “spread” geldt slechts voor zeer geringe aantallen. De handel in opties is vele malen meer liquide en liquiditeit zorgt nu eenmaal voor een betere prijsstelling. Ik kies dus voor de opties tenzij er geen optie-alternatief voor de warrant is.
 
Van Lieshout & Partners houdt voor haar cliënten posities in aandelen en opties ING aan. Kees van Lieshout heeft posities in ING via het Dutch Stock and Option Fund (DSOF).