|
Renterisico
Op de obligatiemarkt wordt vaak nerveus gereageerd als de ECB of de FED haar rentebesluit bekend maakt. Dit komt omdat de koers van een obligatie verandert als de rentestand wijzigt. De koers van een obligatie en de rentestand bewegen namelijk tegengesteld.
Vraag is echter met hoeveel de prijs van een obligatie verandert als de rentestand verandert. Wij gebruiken de zogenaamde duration hiervoor. Stel u koopt de obligatie uit ons voorbeeld. Deze lening heeft een verwacht rendement van 5,26 %, een couponvergoeding van 5% en de koers is 98. De obligatie heeft een duration van 8,1. Dit houdt in dat als de rente met 1 % stijgt, de prijs van een obligatie met 1 % * 8,1 = 8,1 % daalt. De prijs van de obligatie zal door de 1% rentestijging dalen met 98 * 8,1 % = 7,94. De nieuwe prijs wordt dus 98 – 7,94 = 90,06. Hetzelfde principe geldt bij een daling van de rente.
Dit betekent dat de gekochte obligatie aan het eind van het jaar een verlies noteert. U krijgt een couponvergoeding van 5 %, maar de koers is met 8,1 % gedaald. U lijdt dus een verlies van 3,1 % op uw obligatie. Het gaat hierbij echter wel om tussentijdse veranderingen in de koers. Indien deze obligatie aangehouden wordt tot de aflossingsdatum hoeft dit geen probleem op te leveren, omdat de lening tegen € 100 wordt afgelost en koersverliezen dus teniet worden gedaan.
Uit dit voorbeeld blijkt dat hoe hoger de duration, hoe heftiger de prijs van een obligatie reageert op veranderingen in de rente. De duration ( als maatstaf voor de rentegevoeligheid) heeft de volgende kenmerken: - Hoe hoger (lager) de coupon, hoe lager (hoger) de duration - Hoe langer (korter) de looptijd van de lening, hoe hoger (lager) de duration - Hoe hoger (lager) het effectief rendement, hoe lager (hoger) de duration
|