Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Stop de speculanten

Onlangs heb ik van mijn vrouw een prachtig boek gekregen uit 1939. Het is de Nederlandse vertaling van de zeventiende-eeuwse klassieker Confusion de Confusiones (1688), geschreven door Josseph de la Vega. Dit boek gaat over de listen, manieren en regels die destijds op de Amsterdamse beurs werden gehanteerd. Al op de eerste pagina maakt de schrijver onderscheid tussen speculanten en investeerders. Ook in die tijd was men van mening dat er een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen beide groepen. Investeerders zijn degelijke mensen die besluiten een aandeel of een andere product te kopen en speculanten zijn verderfelijke mensen die geld willen verdienen aan een koersdaling.

Meer dan 300 jaar later is dat volgens mij nog steeds actueel. Ook nu zijn politici en zelfs mensen uit de academische wereld er van overtuigd dat je onderscheid moet maken tussen investeerders en de walgelijke speculanten die de beurs omlaag willen laten gaan. Nog leuker wordt het als academici en politici hedge funds de schuld geven van een beursdaling. Dit is helaas voor hun echt onmogelijk om te weten. Tegenwoordig vindt bijna alle handel elektronisch plaats en is het dus onmogelijk om te weten wie er aan het kopen en verkopen zijn. Daarnaast realiseert men zich blijkbaar niet dat ook “investeerders” regelmatig hun aandelen verkopen omdat ze hun verliezen willen beperken dan wel hun winst willen realiseren. Kortom, “speculanten” en “investeerders” zijn toch echt heel vaak dezelfde personen.

Short gaan
Een goed voorbeeld van het feit dat de politiek nog steeds onderscheid maakt tussen investeerders en speculanten is het recente verbod op (naked) short gaan op aandelen van banken en verzekeraars. Om er voor te zorgen dat speculanten de markten niet nog verder omlaag doen gaan, hebben 4 landen (Spanje, Frankrijk, Italië en België) besloten dat er niet meer (naked) short gegaan mag worden. Uit het verleden weten we echter dat zo’n verbod niet helpt. Beleggers die de markten niet vertouwen blijven immers hun aandelen verkopen, zodat de beurs steeds verder daalt. Deze daling zorgt weer voor extra paniek en extra verkoopdruk.
 
Hoe werkt het?
Traditioneel wordt met short gaan bedoeld het verkopen van beleggingen die men niet in bezit heeft. Degene die short wilt gaan leent de effecten van een grote belegger, vaak een pensioenfonds en betaalt hier een kleine vergoeding voor. Afhankelijk van de liquiditeit van het aandeel, bedraagt dit vaak een paar basispunten per jaar. Vervolgens leent het pensioenfonds hun het onderliggende aandeel die de belegger vervolgens verkoopt. Hij/zij hoopt dat vervolgens het aandeel daalt. Op een lager niveau kan hij het aandeel dan terugkopen en vervolgens weer uitleveren aan het pensioenfonds. Traditioneel heeft dit betrekking op een periode van een paar dagen. Bij naked short gaan is er geen overeenkomst tussen de belegger en de uitlener (dus meestal een pensioenfonds) en gaat het vaak ook om een langere periode.

Bij gewoon short gaan blijft de uitlener (het pensioenfonds) juridisch eigenaar van de aandelen en degene die de aandelen leent en deze vervolgens verkoopt is economisch eigenaar.

Waarom?
De meeste mensen zijn het er wel over eens dat een verbod op short gaan geen goed idee is. Een verbod op naked short gaan is wellicht een beter alternatief. Waar het mij echter om gaat, is dat ik niet begrijp waarom grote institutionele partijen, zoals een pensioenfonds, überhaupt hun stukken uitleent aan een andere partij. Een pensioenfonds zal zeggen dat het fonds op die manier extra rendement maakt vanwege de vergoeding van enkele basispunten die zij krijgt voor het uitlenen. Maar waarom zou je als pensioenfonds voor een kleine vergoeding het risico nemen dat vanwege dit uitlenen en dus het short gaan, de beurs nog verder daalt? Dit kan namelijk veel meer rendement kosten dan de vergoeding oplevert.

Toen ik dit laatst aan grote institutionele belegger vroeg, kreeg ik het bekende antwoord te horen. ”Als wij het niet doen, dan doet een ander het wel. En als wij het doen, dan verdienen we er tenminste nog iets aan.” Een uitspraak die wat mij betreft zelden iets positiefs heeft opgeleverd.

Nu heb ik absoluut niet de illusie dat grote institutionele beleggers naar mij luisteren of zelfs mijn column lezen, maar wellicht doen deze partijen er verstandig aan zelf iets langer na te denken over het gevaar van het uitlenen van aandelen tegen een geringe vergoeding. Ik ben er van overtuigd dat als deze partijen voortaan een veel hogere vergoeding vragen voor het uitlenen van hun aandelen er minder short gegaan zal worden en een verbod opgelegd door politici ook niet meer nodig zal zijn.

drs Richard H.J. de Jong RBA is adjunct directeur vermogensbeheerbij Van Lieshout & Partners N.V.