Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Terugblik op eerdere adviezen

Sinds anderhalf jaar schrijf ik met veel plezier columns voor deze site. Regelmatig behandel ik de wat meer theoretische onderwerpen om beleggers meer handvaten te geven om de risico’s en de kansen van het beleggen goed in te kunnen schatten. Zo af en toe behandel ik echter ook een individueel aandeel. Zo ging mijn laatste column over het aandeel Philips waarbij ik tevens een optieconstructie op het aandeel behandelde.

Als vermogensbeheerder is het mijn vak om veel researchrapporten te lezen. Daarnaast vind ik het altijd amusant (en soms ook zelfs leerzaam) om de artikelen op de verschillende beleggingssites te lezen. Wel moet ik bekennen dat ik het vaak zeer vervelend vind dat analisten, maar ook veel zogenaamde beleggingsexperts, nauwelijks terugkomen op hun eerdere adviezen. Vandaar dat ik voor deze keer zelf maar eens met de billen bloot ga. Los van mijn laatste column over Philips, heb ik 3 aandelen behandeld waar ik positief over was. Bij 2 van deze 3 aandelen heb ik tevens een optieconstructie opgetuigd.
 
  • Accell (plus 28 %)
In mijn column van 10 oktober 2005 heb ik het aandeel Accell behandeld. Accell is een van de grootste fietsenfabrikanten in Europa en richt zich vooral op het midden en het duurdere segment. Bekende merken zijn onder andere: Sparta, Batavus en Koga-Miyata. Ten tijde van mijn column stond de koers op 21. Op dit moment staat de koers op 26,90. Het aandeel is dus met ongeveer 28 % gestegen in 5 maanden. De ‘mean reversion” waarover ik sprak in mijn column heeft zich daadwerkelijk voorgedaan. Mocht u de aandelen toen gekocht hebben, dan vraagt u zichzelf misschien af of het verstandig is om de aandelen na zo’n stijging te verkopen. Om u een houvast te geven, SNS heeft recent het koersdoel voor Accell verhoogd naar € 31. Daarnaast blijft het een niet al te duur aandeel met een koers/winst verhouding van 12. Mocht u veel aandelen hebben gekocht, dan is het wellicht raadzaam om een gedeelte alvast te verkopen. Op die manier realiseert u al wat winsten, terwijl u toch nog opwaarts potentieel behoudt. En op hogere niveaus kunt u dan weer wat verder afbouwen.
 
  • ING (plus22 %)
In mijn daarop volgende column van 24 oktober heb ik het aandeel ING plus een geschreven strangle behandeld. Ik stelde de volgende constructie voor. Koop aandeel ING voor 23,35, vekoop de call december 2008 met een uitoefenprijs van 25 en verkoop de put december 2008 met een uitoefenprijs van 22. Voor de opties ontvingen we per saldo 5.60. De investering bedroeg dus 17.95.

Sluiten we de positie dan ontvangen we op dit moment per saldo 21.90. Op een investering van 17.95 komt dit overeen met een rendement van 22%. Echter, we kunnen de positie ook nog aanhouden. De put met een uitoefenprijs van 22 kost nog 1.65 en de call met een uitoefenprijs kost nog 7.05. De intrinsieke waarde van de call is 30.6 – 25 = 6.60. De verwachtingswaarde is dan nog 7.05 – 6.60 is 0.45. De putoptie heeft geen intrinsieke waarde en bestaat op dit moment alleen maar uit verwachtingswaarde. Per saldo zit er in de combinatie dus nog een verwachtingswaarde van 2.10. Dit is dan ook het maximale rendement dat u nog kunt behalen. Op een investering van 17.95 is dit toch nog bijna 12 %, oftewel ruim 3 % per jaar. Om dit rendement te realiseren mag de koers van ING in december 2008 dalen van 30.60 naar 25. Daarnaast ontvangen we ook nog dividend van ongeveer 1.25 zolang de koper van de call tenminste de call niet uitoefent. Gegeven onze investering van 17.95 bedraagt het dividendrendement 7%. Per saldo kunt u dus nog ongeveer 10% per jaar verdienen. Hierbij hoeft de koers niet te stijgen.

  • Stork (16 %)
Tot slot adviseerde ik 25 november het aandeel Stork te kopen en hier (net als bij ING) en strangle op te verkopen. We kochten het aandeel op 33, verkochten de call juni 2006 met een uitoefenprijs van 34 voor 2.10 en verkochten de put juni 2006 met een uitoefenprijs van 30 voor 1.65. Per saldo investeerde we dus 29.25. Door de toekomstige exit van Stork is de beurskoers hard gestegen en zit deze constructie dicht. Daarmee bedoel ik dat er geen of nauwelijks nog verwachtingswaarde in de opties zit en dat het resterend rendement dus nagenoeg nul is. Doen we niks dan zult u hoogstwaarschijnlijk zeer binnenkort de stukken moeten verkopen op 34, aangezien we de call juni 34 hebben verkocht. De put heeft een koers van 0,05.

Sluiten we de positie dan ontvangt u op dit moment 47,27 voor het aandeel. De put optie moet u terugkopen voor 0.05. De call optie kost u 13.30, hetgeen gelijk is aan de intrinsieke waarde (47.27 – 34). Per saldo ontvangen we dus 33.92. Aangezien onze investering 29.25 was hebben we in 3,5 maand een rendement behaald van circa 16 %.

Conclusie
Uit de berekeningen hierboven blijkt nog maar eens dat het wel degelijk mogelijk is om met behulp van opties, zonder al te veel koersstijgingen, toch een mooi rendement te behalen. Wel moet u opletten dat ook lang lopende opties onderhoud nodig hebben. Het voorbeeld van Stork laat echter ook duidelijk een nadeel van opties (en dan met name van verkochte call opties zien). Bij het verkopen van call opties, geven we wel een gedeelte van onze toekomstige winst op. Aan de andere kant, de kans dat je met verkochte opties winst maakt is wel groter dan wanneer je alleen de aandelen koopt. Immers, de koersen hoeven minder hard te stijgen om toch een mooi rendement te behalen. U
 
drs Richard H.J. de Jong RBA is vermogensbeheerder bij Van Lieshout & Partners N.V. Van Lieshout & Partners N.V. houdt voor haar cliënten op dit moment posities in bovengenoemde aandelen. Richard de Jong heeft ook posities in bovengenoemde aandelen.

Terug naar overzicht