Vermogensbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Weekopties op ING, Mittal en RD

Met ingang van 16 juli 2010 zullen aandelenoptieklassen met een looptijd van een week worden geïntroduceerd op ING, ArcelorMittal en Royal Dutch Shell. De standaard aandelenoptie contractspecificaties zijn ook voor de weekopties van toepassing, met uitzondering uiteraard van de looptijd.

Er worden vier weekoptieklassen per onderliggende waarde in notering genomen. Elke klasse heeft een vaste laatste handelsdag: de eerste vrijdag van de maand, de tweede vrijdag van de maand, de vierde vrijdag van de maand en, indien van toepassing, de vijfde vrijdag van de maand. Het handelssymbool van elke weekoptieklasse bestaat uit een getal en twee letters. Het getal geeft aan op welke vrijdag van de maand de laatste handelsdag valt. De handelssymbolen van de weekopties worden hieronder weergegeven:

ING Groep

ArcelorMittal

Royal Dutch Shell A-shares

Laatste handelsdag:

Eerste vrijdag van de maand

1IN

1MT

1RD

Tweede vrijdag van de maand

2IN

2MT

2RD

Vierde vrijdag van de maand

4IN

4MT

4RD

Vijfde vrijdag van de maand

5IN

5MT

5RD

Het zal u opvallen dat in de tabel geen derde vrijdag wordt vermeld. Dat komt omdat in die week het standaard optiecontract afloopt dat dan nog precies een resterende looptijd van een week heeft.

Standaard is de eerste dag van verhandeling van de betreffende weekoptie de vrijdag voorafgaand aan de laatste handelsdag. Is die vrijdag geen handelsdag, dan start de optie op donderdag. Op 16 juli wordt gestart met series in de 4IN, 4MT en 4RD.

Er wordt gestart met vijf in-the-money, één at-the-money en vijf out-of-the-money series. De optieserie met de kleinste afwijking ten opzichte van de onderliggende waarde wordt at-th-money verondersteld. Indien de onderliggende waarde precies tussen twee series ligt, zal er geen at-the-money serie zijn. Aan de hand van de slotkoers van de onderliggende waarde zullen extra optieseries worden geïntroduceerd, zodat de volgende handelsdag minimaal vijf in-the-money, één at-the-money en vijf out-of-the money series verhandelbaar zijn. Ook kunnen via Series on Request optieseries geïntroduceerd worden.

De interval in uitoefenprijzen is niet gelijk. Voor uitoefenprijzen tot € 10 geldt dat de at-the-money optie en de twee series erboven en eronder een interval hebben van 0,10. Voor de twee series die het meest out-of-the money zijn (zowel boven als onder de at-the-money optie) geldt een interval van 0,20. Bij uitoefenprijzen tussen € 10 en € 25 zijn de intervallen € 0,20 respectievelijk € 0,50. En tussen € 25 en € 50 zijn de intervallen 0,50 en 1,00.

Weekopties kunnen een welkome aanvulling zijn voor de actieve belegger. Bedenk wel dat bij een looptijd van slechts een week de verwachtingswaarde snel verdampt. Door de geringe looptijd zullen de premies relatief laag zijn. Dat wil niet zeggen, dat ze goedkoop zijn. Ten opzichte van de lage premie zullen de transactiekosten relatief hoog zijn. En ook die moeten worden terugverdiend!

Kees van Lieshout